Verzetsmonument Elburg

Op dinsdag 13 april 1948 werd op het zuidoostelijk bastion van de Elburger wallen een verzetsmonument onthuld. Het ontwerp, wat betreft plaats, omgeving en vorm, was van de vroegere gemeentearchitect K. Meijer, terwijl het monumentale hoofdmiddenstuk een kunstwerk was van Titus Leeser, destijds beeldhouwer uit Ommen. De heren W.S. Deetman en A. Hollander voerden het metselwerk uit.Over een eerste aanzet tot plaatsing van een monument voor oorlogsslachtoffers lezen we al in de Elburger Courant van 30 augustus 1945. Er was toen al een flink bedrag onder de Elburger verzameld. Dat de realisatie van het monument nog tot 1948 zou duren werd onder andere bemoeilijkt door schaarste aan materialen.


Onthulling
Bij de onthulling van het monument gaf de heer P. Vercouteren, voorzitter van het Monumentencomité, aan dat er sprake was van gemengde gevoelens. Droefheid bij het herinneren, vreugde over het feit dat het comité met alle Elburgers iets had kunnen doen ter nagedachtenis aan de gevallenen. Na de onthulling, door het verwijderen van de vlag, vestigde de heer Vercouteren de aandacht op wat er op het monument te zien was. Een vallende verzetsstrijder met een vuurwapen, niet militair gekleed, maar blootvoets en slecht toegerust. Daaronder de woorden: Ter nagedachtenis aan de illegale strijders. In alfabetische volgorde staan de volgende namen vermeld:

H. van Driesten 18 november 1944
H. Hulst 13 april 1945
A. Kruithof 30 april 1945
J. Lebbing 18 april 1945
N.S. Rambonnet 13 april 1945

De heer Vercouteren wees er op dat het monument diep raakt. Hij sprak de woorden: Moedig strijdende, met primitieve middelen, zo waren deze illegalen, zo gaven ze hun leven. Hun voorbeeld en stervensmoed kunnen ons sterken als wij zelf aan onze dood denken: Memento Mori!

Vercouteren droeg vervolgens het monument over aan het gemeentebestuur van Elburg in de persoon van burgemeester Jhr. W.H. van de Poll. De burgemeester sprak zijn waardering uit voor de beeldende voorstelling van de beeldhouwer: Een onbeschermd, slecht toegerust, eenzaam strijder, zonder uniform, zonde helm, alleen gewapend met een geweer. Dat hij blootsvoets gebeeld is, doelt er op dat hij overhaast is uitgetrokken, gedreven door plichtsgevoel, zich niet ontziende, zonder voorbereiding, terstond geheel bereid om het leven te wagen en zich met volle kracht te geven in het gerechtvaardigde verzet, voor het belang van volk en land.

Burgemeester Van de Poll eindigde zijn toespraak met de woorden: Het is uw bezit, bescherm het en eer het. Blijf bedenken wat hier is gesymboliseerd en volg het voorbeeld der gevallenen na. Geef u ook geheel in goede strijd voor edele zaken. Als er zulk een navolging komt, is het offer van deze vrienden niet vruchteloos gebracht. Het mannenkoor O.B.K. zong vervolgens het Ecco Quomodo Moritur van Händel. Vervolgens werden bloemen en kransen gelegd.


Eerste herdenking
De eerste herdenking van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog was op vrijdag 3 mei 1946. In Elburg hingen veel vlaggen halfstok. Een grote stoet liep vanuit de binnenstad via de Nunspeterweg naar de begraafplaats, waar op vijf graven bloemstukken werden gelegd bestaande uit witte tulpen met een ondergrond van sparrengroen. Dit waren de graven van personen die in de verzets- en bevrijdingsstrijd waren gevallen. In de Sint-Nicolaaskerk volgde daarna een herdenkingsdienst onder leiding van dominee H.J. Olthuis. Na de dienst klonk om half tien klokgelui.

Op zaterdag 4 mei wapperden overal in de stad vlaggen. Om elf uur werd een minuut stilte in acht genomen om te gedenken en te danken. Om een uur volgde opnieuw klokgelui. Daarna werd op het schoolplein aan de Bas Backerlaan de Boerenbruiloft in uitvoering gebracht. De teksten voor dit openluchtspel waren hoofdzakelijk geschreven door mevrouw A.M.C. van Lynden-van den Bosch. Voorafgaand aan de uitvoering van het stuk ging een optocht met bruiloftsgasten in klederdracht door de stad en het Rode Dorp begeleid door de muziekvereniging Concordia.

In de avonduren gaf Concordia een concert op de Vischmarkt. Waarnemend burgemeester Ter Weel sloot de herdenkingsdag af met een korte toespraak. De samenkomst werd afgesloten met het zingen van het Wilhelmus. Op zondag werd in Elburg opnieuw grootschalig gevlagd en werd in de diverse kerkdiensten opnieuw stilgestaan bij de herdenking van de oorlogsjaren.

Voorbereiding
In 1947 werd de opdracht voor het maken van het verzetsmonument verleend aan Titus Leeser. Hoewel er in september 1947 nog een tekort op de begroting was van 1500 gulden, was de voorbereidingscommissie er van overtuigd dat het monument er zou komen. Het comité van aanbeveling bestond uit burgemeester Jhr. Van de Poll, de wethouders Deetman en Ter Weel, dominee Van der Ent Braat (Ned. Hervormd) en Boswijk (Gereformeerd) en dokter Gualthérie Van Weezel.

Begraafplaats Nunspeterweg
Nadat het verzetsmonument in 1948 was onthuld, bleef men tijdens de herdenkingen in de jaren daarna ook naar de begraafplaats aan de Nunspeterweg gaan. De mensen verzamelden zich eerst op de Ledige Stede, waarna de stoet zich naar de wal begaf. Bij het herdenkingsmonument werden bloemen gelegd en stilte in acht genomen. Vervolgens werd de herdenking voortgezet op de begraafplaats, waar bloemen werden gelegd op de graven van de gesneuvelden. Tot 1970 werd de traditie van het herdenken op de begraafplaats aan de Nunspeterweg voorgezet.

De dodenherdenking op 4 mei 2021 moest in verband met de beperkingen vanwege het coronavirus in aangepaste vorm plaats vinden. LOE-media maakte van deze herdenking onderstaande documentaire.