In het voorjaar van 1945 zat Marie Madeleine Rambonnet-Speet, destijds woonachtig op het landgoed Old Putten nabij Elburg, enige tijd gevangen in Kamp Westerbork. Kort voordat het kamp werd bevrijd, namen Duitse soldaten 116 vrouwen mee als krijgsgevangenen. Over deze zogeheten Vrouwenmars, die duurde van 11-14 april 1945, is het een en ander bekend doordat diverse vrouwen getuigenissen hebben nagelaten. Het lot van deze vrouwen hing aan een zijden draad. Deze angstige gebeurtenis heeft een zwaar wissel getrokken op het leven van mevrouw Rambonnet.
Een dag voor haar negentigste verjaardag verscheen in de Elburger Courant van 17 augustus 1984 een interview met mevrouw Rambonnet-Speet. In dit vraaggesprek blikte ze terug op haar leven.
Ik werd in Breda geboren. Mijn vader had een inrichting voor orthopedie, dat was een soort heilgymnastiek. Hij was één van de eersten in Nederland. Als kind las mijn moeder mij alle vertaalde werken van Dickens voor en soms voerde ik dan ook zo’n verhaal op. Mijn enige zuster, die viereneenhalf jaar ouder was, speelde piano. Daar kon ik met plezier naar luisteren. Gevolg was dat ik ergens anders een kamertje kreeg om mijn huiswerk te leren. Want je kunt niet luisteren en leren tegelijk.

In haar jonge jaren lag uiteindelijk de basis voor een kunstzinnig leven. Daarnaast bleek al vroeg dat Marie Madeleine Speet een mooie stem had. Na eerst drie jaar op de HBS gezeten te hebben, vertrok ze als 17-jarig meisje voor studie naar Berlijn. In deze Berlijnse periode (tussen 1911 en 1914) bezocht ze veel concerten. Dit werd mogelijk gemaakt door haar vriendschap met een Amerikaanse journaliste, die haar vrijkaartjes gaf voor de uitvoeringen. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zorgde er voor dat Marie Madeleine haar studie in Berlijn moest afbreken. Na nog enige tijd gestudeerd te hebben in Den Haag ging Marie Madeleine zelf optredens verzorgen in kerken in het noorden van Nederland. Het aantal concerten breidde zich geleidelijk uit.
Het leven kreeg een andere wending toen Marie Madeleine Speet in 1926 trouwde met mr. Frederik Lodewijk Johan Eliza Rambonnet (1885-1935). Hij was eerst burgemeester van Rockanje, daarna van Schoonhoven en later burgemeester in Velsen. Rambonnet was eerder gehuwd met Maria Hubertina Heidenrijk (1889-1925). Uit dat huwelijk werden twee zoons geboren, Niek en Han.
Na mijn huwelijk heb ik het eerst rustiger aan gedaan, maar de muziek liet me niet los. Ik heb nog kinderuitvoeringen begeleid en zelf concerten gezongen. Burgemeester Rambonnet stierf op 28 januari 1935 in Velsen. Zijn vrouw bleef achter met haar drie zoons: Nicolaas Samuel (Niek), Henri Eliza (Han) en Jean Jacques Antoine (Jacques).
In 1940 besloot mevrouw Rambonnet-Speet met haar drie zoons naar het landgoed Old Putten bij Elburg te verhuizen. Daarover vertelt ze:
Old Putten was het huis van mijn schoonouders. We waren er altijd al veel. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, ben ik hier gaan wonen, aangezien ik bang was dat het gevorderd zou worden door de Duitsers. Dat is nooit gebeurd. Telkens wanneer ze kwamen kijken, hebben we duidelijk gezegd dat er geen centrale verwarming was en dat hielp.
Huize Old Putten werd tijdens de oorlog echter de uitvalsbasis van een verzetsgroep die onder leiding stond van de jonge student Henk Baud uit Delft. De zoons Niek en Han Rambonnet maakten deel uit van deze knokploeg. Het werk dat ze deden was vaak heel gevaarlijk. De groep hield zich onder andere bezig met het vervoer van wapens, het verbergen van geallieerde piloten en met het laten ontsporen van treinen. Mevrouw Rambonnet over deze angstige tijd:
Huize Old Putten was tijdens de oorlog een centrum voor het verzet. Hier werden brieven bezorgd voor de verschillende verzetsgroepen en die moesten dan hiervandaan weer verder. Dat was natuurlijk hondsgevaarlijk. Op 13 februari 1945 werd er door de Duitsers een overval gepleegd op het landhuis. Mijn jongens sliepen gelukkig niet thuis. Als de gordijnen gewoon hingen, mochten ze niet thuiskomen. Zoon Han werd in 1944 bij wasserij Het Vertrouwen gearresteerd en naar Kamp Amersfoort gebracht. Maar mevrouw Rambonnet wist hen uiteindelijk vrij te krijgen. Kort voor haar overlijden vertelde mevrouw Rambonnet hierover:
Han had het daar niet best, Ik wilde hoe dan voorkomen dat hij naar Duitsland werd afgevoerd. Ik wist hem uiteindelijk vrij te kopen. Dat was een mooie methode. Ik wist van iemand dat je in Amersfoort een gevangene uit kon kopen. Ik kreeg een contactadres waarna ik via een Duitse lijn bij Van Essen gebeld heb. De man die ik nodig had, kreeg ik aan de lijn. Voor wat sigaretten en 750 gulden heb ik mijn zoon toen vrij kunnen kopen.
Op 13 februari 1945 ging het mis. Even vóór half acht in de morgen werd mevrouw Rambonnet gebeld door de gemeentesecretarie dat er Duitsers op weg naar Old Putten waren. Kort daarop stonden ze al voor de deur. Iedereen werd naar de huiskamer gedreven. Mevrouw Rambonnet over die dag:
We stonden allemaal in de kamer. Eén van de personeelsleden (Gerrit Jan Hop) maakte een beweging om weg te lopen. Op bevel moest hij zich omdraaien waarop één van die Duitsers hem in zijn been schoot. Later zei deze jongen dat hij daar blij om was, want hij hoefde als gewonde niet mee naar de strafgevangenis in Apeldoorn. Mijn jongens Niek en Han waren niet thuis. Als de gordijnen gewoon hingen, mochten ze niet thuiskomen. Alleen als ze op een bijzondere manier hingen, mochten ze thuiskomen. Maar Han had niet opgelet en was toch op weg naar huis. Hij is ter nauwer nood ontkomen. De kogels vlogen hem om de oren. Ik vond het dom van hem. Via een koerier, die betrokken was geweest bij het Geheime Dorp, zijn we waarschijnlijk verraden. Daardoor had ik die piloot Jef in huis. Deze man is mij na de oorlog in het Hollands komen bedanken. Dat is toch mooi? Wat mijn jongens allemaal deden tijdens de oorlog wilde ik niet weten. En ik heb ook geen namen willen weten, want dat was veel te gevaarlijk. Bij het verhoor in Apeldoorn kon ik dan ook niets zeggen. Die man was woedend. Ik zei tegen die man of hij grote zoons had? Denkt u dat volwassen zoons alles aan hun moeder zouden vertellen? Daarop zweeg hij. Toen ik gearresteerd werd, zei die Duitser tegen mij dat het huis vanaf dat moment eigendom zou zijn van de Duitse staat. Ik verweerde mij nog door te verwijzen naar mijn 12-jarige zoontje, maar daar had hij niets mee te maken. Hij zei mij dat de burgemeester wel voor hem zou zorgen. Dokter Gualthérie van Weezelheeft mijn zoontje [Jacques] kort na mijn arrestatie naar de familie Warner op het landgoed Morren gebracht. Daar is hij tot het einde van de oorlog gebleven.

De huiszoeking op 13 februari 1945 door de Sicherheitspolizei leidde ertoe dat mevrouw Rambonnet, Marijke de Vries (verloofde van Niek Rambonnet) en de personeelsleden Jaap Zwep en Gerard van Putten werden gearresteerd en meegenomen werden naar de Willem III-kazerne in Apeldoorn. Daar werden ze tegen de muur gezet en moesten alle bezittingen worden afgegeven. Op de kazerne zat de groep enige tijd als strafgeval gevangen. Mevrouw Rambonnet werd vervolgens overgeplaatst naar Kamp Westerbork, waar ze tot 11 april 1945 in een barak met andere vrouwen (strafgevallen) verbleef. De meeste vrouwen kwamen uit de strafgevangenissen uit Apeldoorn (Willem III-kazerne) en Doetinchem (De Kruisberg) of uit de Huizen van Bewaring uit Zwolle en Groningen. Ze vielen in de categorie zware politieke gevangenen.
De periode in Westerbork was zwaar. Iedere dag moest mevrouw Rambonnet op het appél verschijnen, waarna ze aan het werk werden gezet om batterijen uit elkaar te halen. Tijdens een interview in het voorjaar van 1985 vertelde mevrouw Rambonnet voor de Lokale Omroep Elburg uitgebreid over haar oorlogsjaren:
Het was een zeer ongezond en vies werk. Later mocht ik zilverpapier sorteren. Ik deed het allemaal kalm aan. In Westerbork zagen we ook vliegtuigen overkomen, die op weg waren naar Duitsland. Toen we hier een keer uitbundig buiten de barak naar stonden te kijken, moesten we aan het einde van de dag op strafappél verschijnen. Maar wij waren al blij als er iets langs kwam. De Joden zaten in een ander deel van Westerbork gevangen. Van hen kregen we soms eten en berichten door omdat enkelen een radio onder de grond hadden. Ze konden ons niet uit Westerbork afvoeren omdat er geen treinen meer gingen. Dat is achteraf mijn behoud geweest. Via berichten van de geheime radio-uitzendingen van de Joden wisten we dat de kampen in Duitsland en Polen verschrikkelijk waren.
Vlak voordat de Canadezen in Kamp Westerbork verschenen, werden 116 geselecteerde vrouwen gedwongen om te voet (op klompen) het kamp te verlaten. De vrouwen droegen blauwe overalls met rode rugnummers en een witte armband. Op de overall van Marie Madeleine Rambonnet was het nummer 13 genaaid. Drie dagen en drie (koude) nachten moesten de vrouwen lopen onder bewaking van bewapende soldaten van de Wehrmacht. De angst onder de vrouwen was in deze dagen dat ze ieder moment doodgeschoten konden worden:
Die ochtend dat we uit het kamp vertrokken was ik er stellig van overtuigd dat ze ons dood wilden schieten. Op dat moment had je boven je de vliegtuigen en achter je het leger. En je wist niet wat er voor je was. Toen kwamen we uiteindelijk in Groningen en toen was het inmiddels een eindeloze stoet geworden. We wisten nog altijd niet waarheen, want dat zeggen ze je dan niet. Er was ook een aantal jonge meisjes bij. Ik denk achteraf dat die Duitsers het daarom niet gedurfd hebben om ons dood te schieten. Tijdens de tocht waren mijn gedachten toch het meest bij de kinderen. Als daar maar goed voor gezorgd zou worden. En verder kon je op dat moment niets doen. Je hebt het op dat moment te aanvaarden.
De deportatiemars ging (vooral ’s nachts) via Assen en de provinciegrens van Groningen en eindigde tenslotte tussen Grijpskerk en Visvliet. De meeste vrouwen (de jongste was 17 jaar, de oudste 72) waren op dat moment hongerig, uitgeput en verzwakt. Op 14 april 1945 werd de groep onverwachts door de Canadezen bevrijd. Eén van de 116 vrouwen, Nonny van Doorn, tekende later in haar memoires op dat ze op 14 april in de morgenuren op appél stonden. Het duurde minutenlang, waarbij de commandant met ernstige blik naar de vrouwen keek. De spanning was voelbaar. Nog één keer keek de bewaker de hele rij langs, waarna hij zijn hand ophief en zei: Ich gratuliere Ihnen. Sie sind entlassen. Meteen daarop verdween de man.
Een grote groep vrouwen kreeg tijdelijk onderdak op de boerderij van de familie Cleveringa, tussen Grijpskerk en Visvliet. Op die plek kwam op 18 april 1945 Prins Bernhard als bevelhebber van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS) op bezoek. Net op dat moment was mevrouw Rambonnet bij een schoenmaker om haar schoenen te laten repareren, waardoor ze deze ontmoeting gemist heeft. Met een bus werd mevrouw Rambonnet uiteindelijk vervoerd naar het centrum van Zwolle.
Daar beseften we dat er voor ieder van ons wel wat mis was. Naast mij stond een jonge vrouw. Haar moeder stond haar met tranen in de ogen op te wachten. Ik dacht: O, dat is ook mis. Maar het bleek bij mij ook mis te zijn. Bij iedereen was wel wat mis. Ik ben via Kampen naar Elburg vervoerd. In Elburg ben ik uitgestapt. Het laatste stuk heb ik gelopen. Toen kwam ik iemand tegen en vroeg ik hoe het met de jongens was. Maar ze zei niets. Dat was een heel moeilijk moment, maar ze deden gevaarlijk werk.
Een dag voordat mevrouw Rambonnet werd bevrijd, was haar zoon Niek in de vroege ochtend van 13 april in de buurt van Heerde nabij het Apeldoorns Kanaal gefusilleerd. Hennie van Leeuwen was er om mevrouw Rambonnet op te vangen. Het huis was leeggeroofd en diverse ruiten waren kapot. Mevrouw Warner van het landgoed Morren bood mevrouw Rambonnet aan om voorlopig bij haar te komen wonen. Hennie van Leeuwen heeft in die tijd een poos op het huis gepast door er te slapen. Ook Ed van Dishoeck, die gedwongen was aan de IJssellinie te werken, keerde terug en woonde vervolgens ook nog een periode op Old Putten. Hij haalde voor mevrouw Rambonnet eten uit de gaarkeuken. Mevrouw Rambonnet had na haar thuiskomst niets meer…

Mevrouw Rambonnet-Speet was creatief en zeer muzikaal. In de muziekkamer van haar huis op Old Putten werden sinds 1970 tijdens de wintermaanden kamerconcerten van een hoog niveau gegeven. Naast het musiceren werden diverse culturele activiteiten ontwikkeld zoals de opvoering van de jaarlijkse Kerstspelen en de uitvoering van kinderoperettes. En vanaf 1962 was mevrouw Rambonnet-Speet de initiator van een dameskoor, waarbij mevrouw Ter Agter-van Zoeren achter de piano zat. In augustus 1975 werd de Stichting Kunstkring Old Putten opgericht om de continuïteit van de concertseries te waarborgen.
Naast muzikale activiteiten bood het huis op Old Putten ook vele jaren onderdak aan de leden van de Protestanten Bond. Mevrouw Rambonnet behoorde tot één van de oprichters. Kort na de oorlog was mevrouw Rambonnet betrokken bij de oprichting van de padvindersgroep, een initiatief dat al in 1943 was gestart door haar zoon Niek. De padvindersgroep kreeg uiteindelijk de naam N.S. Rambonnet-groep. Verder diende Old Putten een periode als kostschool voor leerlingen van het Instituut Van Kinsbergen.
Ik hield toezicht op het huiswerk en overhoorde alles. De moeilijkheid bij het leren is dat het kind het echt zelf moet doen.
Mevrouw Rambonnet-Speet stierf op 19 juni 1985 vrij onverwachts. Ze werd ruim 90 jaar oud. Op 24 juni werd ze vanuit haar huis op Old Putten begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Nunspeterweg. In de Elburger Courant van 28 juni 1985 schreef oud-tandarts A.J. Boom een In Memoriam over het bewogen leven van mevrouw Rambonnet-Speet. Hij begon zijn tekst met de volgende woorden:
Het doek is gevallen over haar wonderbaarlijke leven. Een wereld waarin zij bij haar leven al min of meer een legende was. Een legende die zal blijven voortleven in de harten van de tallozen die haar bewonderden en van haar hielden, een legende ook wellicht die zal worden overgedragen aan andere generaties. Want mevrouw Rambonnet was geen gewone alledaagse verschijning.
Kaderverhaal
Herdenking veertig jaar Bevrijding
Op vrijdag 19 april 1985, precies veertig jaar na de Bevrijdingsdag van Elburg, mochten mevrouw Rambonnet-Speet en de heer Vercouteren (verzetsleider van de LO-groep Elburg) in café-restaurant De Haas een expositie openen over de Tweede Wereldoorlog. Tijdens deze bijeenkomst werd ook het boekje Elburg 1940-1945 gepresenteerd. Burgemeester Van Hout was blij met deze aandacht voor de Tweede Wereldoorlog. In zijn toespraak zei hij hierover:
Het is een goede zaak van Arent thoe Boecop om nu eens een stuk recente geschiedenis aan te halen. Die geschiedenis van 1940-1945 is de moeite waard om er een boek en een expositie aan te wijden. Het is een bewogen geschiedenis voor Elburg en de Elburgers. Ik vond dat de waarde van het boek er door verhoogd wordt door die geschiedenis op te tekenen uit de mond van hen die het zelf hebben meegemaakt. Frans van Ginkel van de Locale Omroep Elburg bood tijdens deze bijeenkomst de heren P. Vercouteren en J. Scholten de eerste exemplaren (cassettebandjes) aan van de radiodocumentaire Elburgers in oorlogstijd. Aan deze serie interviews had ook mevrouw Rambonnet meegewerkt.
Geraadpleegde bronnen:
www.vrouwenmars1945.nl
I. Van Doorn en H. Sennema. Vrouwenmars 1945. Van Westerbork naar Grijpskerk. Uitgave van Stichting Vrouwenmars 1945. (2025).
Diverse nummers van de Elburger Courant uit de periode 1945-1985.
Geluidscassette Lokale Omroep Elburg, 1985.
Artikel in NRC-Handelsblad, 2 mei 2026.