Het droevige lot van Joop de Lange en Jetty Hes
In de nacht van 21 op 22 januari 1943 voltrok zich in Apeldoorn een drama van ongekende omvang. Ruim 1100 patiënten en personeelsleden van de Joods psychiatrische inrichting Het Apeldoonsche Bosch werden op die datum op transport gesteld naar Auschwitz en vervolgens op gruwelijke wijze vermoord. Op 22 januari en op 1 februari werden vervolgens nog eens 282 mensen uit Apeldoorn naar Kamp Westerbork overgebracht. Onder hen waren Jozeph (Joop) de Lange en zijn vriendin Jetty Hes. In dit artikel staat hun bewogen levensverhaal centraal. Uiteindelijk wisten slechts 21 mensen de brute en grootschalige ontruiming van Het Apeldoornsche Bosch te overleven. De Joods psychiatrische inrichting Het Apeldoornsche Bosch leek tijdens de oorlog een veilige plek te zijn voor de aanwezige patiënten en het personeel. Maar toen op 1 april 1942 het niet-Joodse personeel van de inrichting werd ontslagen, sloeg de twijfel toe. Dat werd versterkt in juni 1942 toen Joden niet meer vrij mochten reizen. Voor veel patiënten betekende dit dat ze vanaf dat moment nog nauwelijks bezoek onvingen. Alles leek vooralsnog goed te gaan totdat op 19 januari 1943 SS-commandant Ferdinand aus der Fünten met een bevel kwam dat het hele complex in Apeldoorn moest worden ontruimd.

Over Jozeph (Joop) de Lange is inmiddels veel bekend. Joop werd op 25 juni 1922 in een Joods gezin in Elburg geboren, Zijn ouders waren Hartog de Lange en Suzelien (Suze) Heimans. Joop was het enigste kind. Maar in 1939 werd Betty Siebzehner (1932-1965) als pleegdochter in het gezin van De Lange opgenomen. Zij vluchtte als 7-jarig Joods meisje naar Nederland toen de situatie in Nazi-Duitsland te gevaarlijk werd. Joop zat als leerling op het Van Kinsbergen Instituut in Elburg en ging vervolgens naar het gymnasium in Zwolle. Daarna ging hij naar de landbouwschool. Maar door het uitbreken van de oorlog veranderde alles. In 1942 moest Joop onderduiken. Hij kreeg een onderduikadres bij de familie G.J. Hop aan de Koopsweg 7 in Doornspijk, maar dat leven kon Joop niet volhouden. Het opgesloten zitten was voor Joop ondragelijk. Een tante van Joop, Rosalie Heimans (1896-1943), werkte al sinds 1930 als hoofd van de keuken in Het Apeldoornsche Bosch. Zij bood Joop in 1942 een veilige plek aan in de Joods psychiatrische inrichting in Apeldoorn. Iedereen leek er van overtuigd dat de bezetters deze plek wel met rust zouden laten, Joop de Lange kreeg een baantje als tuinman en als paardenknecht.
In Het Apeldoornsche Bosch ontmoette Joop in het najaar van 1942 Jetty Hes. Jetty was de dochter van Besion Levie Hes, die als administrateur werkzaam was in Het Apeldoornsche Bosch. Jetty Hes werd op 13 april 1923 geboren in Apeldoorn. Haar ouders waren Bension Levi Hes en Rachel Prins. Het echtpaar had naast Jetty nog een dochter, Esther (vaak Eppie genoemd) Hes. Zij werd op 25 juni 1925 geboren. Het gezin woonde in een groot huis aan de Zutphensestraat 157 in Apeldoorn, heel dicht bij Het Apeldoornsche Bosch. Jetty (die vaak Jetteke werd genoemd) groeide op in Apeldoorn. Na de lagere school ging Jetty naar het voortgezet onderwijs. Op de school aan de Nieuwstraat behaalde ze haar MULO-A diploma. Jetty Hes vertrok in september 1939 naar Amsterdam. Ze woonde in die tijd bij haar oom en tante, de familie Delaville-Hes aan de Plantage Middenlaan 23-II. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog keerde Jetty in mei 1940 terug naar haar ouders in Apeldoorn. Na enige tijd kreeg Jetty een baantje in de keuken van Het Apeldoornsche Bosch. Ze woonde intern. Later hield Jetty zich ook bezig met de verpleging van de patiënten.
Via briefwisselingen wordt duidelijk dat de familie Hes een zeer hecht, warm en liefdevol gezin vormde. Bension Levie Hes was maatschappelijk betrokken bij de lokale politiek, bij het bestuur van de Apeldoonse synagoge, bij de ouderenraad en (later) als hoofdvertegenwoordiger van de Joodse Raad in Apeldoorn. Ook is bekend dat Hes zich vanaf 1933 inzette voor de opvang van Joodse vluchtelingen uit Duitsland. Hij probeerde waar mogelijk het opkomend antisemitisme in de dertiger jaren te bestrijden. Tijdens de oorlog kreeg Bension Levie te kampen met gezondheidsproblemen. Dat leidde er toe dat hij in 1942 een tijdje moest worden opgenomen in het zikenhuis in Apeldoorn. Na thuiskomst bleek een nieuwe opname in het ziekenhuis noodzakelijk. Zijn vrouw Rachel en de dochters Jetty en Esther kwamen regelmatig op bezoek en schreven diverse brieven. In de nacht van 5 op 6 december 1942 schreef Jetty wederom een brief aan haar vader waarin ze duidelijk maakte de komende week op bezoek te willen komen. In deze brief schreef ze voor het eerst over haar vriend Joop:
Donderdag kom ik bij je en dan breng ik heel misschien nog iemand mee. Ik hoop dat je dat bezoek met een vriendelijk gezicht zult accepteren’. In een andere (ongedateerde) brief schreef ze aan haar vader: ‘Heeft moeder je verteld dat Joop gisteravond bij ons heeft gegeten? Leuk hé? En verderop schreef ze: Verder naai ik mijn kapotte kleren en vannacht heb ik al twee uren achter elkaar gestopt aan een trui van Joop. Dat zijn de consequenties. Maar ik heb het best voor hem over. Het zou raar zijn als dat niet zo was.’ Op 12 januari 1943 schreef Jetty opnieuw een brief aan haar vader. Ze gaf in deze brief een inkijkje in haar werk als verpleegster. In deze brief maakte Jetty duidelijk dat ze in een ziekenzaal mensen moest wassen en verzorgen. Dat was voor mij natuurlijk volkomen nieuw en in het begin erg vreemd. Doch daar was ik al heel gauw aan gewend. Ik heb die dagen ontzettend veel nare dingen gezien en meegemaakt, en ik geloof dat ik op het ogenblik wel door een groot deel van de vuurproef heen ben. Ik hoop dat je begrijpt wat ik hiermee bedoel. (…) Het is een heerlijk gevoel, te weten, dat je innerlijk steeds flinker wordt. Ik voel me de laatste tijd ook zo echt veel krachtiger worden (dit wat mijn persoonlijkheid betreft). In een andere brief schreef Jetty: Ik heb nooit kunnen denken dat ik zelf eens nog een Jiddische verpleegster zou worden. Uit deze brief kunnen we afleiden dat Jetty in de vrouwenziekenzaal werkte waar het op dat moment stampvol was met patienten met roodvonk, longpatienten en andere akelige dingen. Ook merkte ze op dat Joop enkele dagen naar zijn ouders was en dat er op die manier meer tijd was om met haar zus Esther (Eppie) door te brengen.
Samen met haar vriend Jozeph schreef Jetty op 21 januari 1943 een briefkaart naar hun (schoon)vader. Het was de dag waarop alle aanwezige patiënten en ongeveer vijftig personeelsleden rechtstreeks van Het Apeldoonsche Bosch naar Auschwitz werden gedeporteerd. Jetty schreef kort voor de ontruiming van de inrichting: Lieve vader, Even nog een paar woorden. We moeten weg en zijn druk aan het ‘t pakken. God heeft het zo gewild. Lieveling, G. (lees: God] geve je sterkte. Wij zullen flink zijn. Joop en ik hopen bij elkaar te blijven. Indien ik nog een gelegenheid heb, schrijf ik je natuurlijk direct. Vadertje het aller, aller beste. Houd je taai en vertrouw op God. Misschien zien we elkaar spoedig weer. Bedankt voor alles! Heel veel kusjes van [sterkte] Jetty, Joop.
Jetty en Jozeph werden in de ochtend van vrijdag 22 januari 1943 vanaf het treinstation van Apeldoorn in een (reguliere) personentrein naar Kamp Westerbork gedeporteerd. Op 1 februari 1943 werden Rachel Hes-Prins en haar dochter Esther in Westerbork geïnterneerd. Hier werden ze herenigd met Jetty en Joop. Kort hierna werd de familie geconfronteerd met een groot verdriet. Bension Levie Hes stierf op 9 februari 1943 in een ziekenhuis in Leiden aan de gevolgen van complicaties na een blindedarmoperatie. Het was precies op de dag van zijn 52e verjaardag. Hoewel Rachel, Jetty en Esther in Kamp Westerbork waren geïnterneerd, kregen ze toch toestemming om naar Leiden af te reizen. Joop de Lange moest achterblijven in Westerbork. Na het bezoek aan Leiden moesten Rachel, Jetty en Esther zich weer melden in Westerbork. Kort na zijn overlijden werd Bedsion Levie Hes begraven op de Joodse begraafplaats in Muiderberg. Heel pijnlijk was dat Rachel, Jetty en Esther niet bij de begrafenis van Bension Levie Hes aanwezig mochten zijn.
Twee weken voor het overlijden van Bension Levie Hes hadden Joop en Jetty op 25 januari 1943 vanuit Kamp Westerbork een verzoekschrift verstuurd naar de officier van Justitie in Assen om te mogen trouwen. In dit document stond onder meer: Beiden thans vertoevende in het kamp te Westerbork, barak, 72, dat zij voornemens zijn met elkaar in het huwelijk te treden, Dat gezien de plaats van hun verblijf en hun aanstaande doorzending naar Duitschland den grootsten spoed bij de huwelijksvoltrekking gewenscht is. Twee dagen later, op 27 januari 1943 volgde een reactie. Het huwelijk kon versneld voltrokken worden door het inkorten van de wettelijke wachttijd tussen de huwelijksafkondiging en de daadwerkelijke voltrekking. Op 17 februari 1943, ruim een week na het overlijden van haar vader, trouwde Jetty in Kamp Westerbork met Joop de Lange. Krap twee weken eerder hadden Bension Levie en Rachel de notariële huwelijkstoestemming voor hun minderjarige dochter ondertekend. Ook Hartog de Lange en Suzanna de Lange-Heimans hadden vanaf hun onderduikadres in Nunspeet schriftelijk toestemming gegeven voor het huwelijk van hun zoon Jozeph. Uit de huwelijksakte blijkt dat Rosalie Heimans (1896-1943), de tante van Joop, officiële getuige was bij het huwelijk van Jetty en Joop.

Op dinsdag 20 juli 1943 vertrok vanuit Kamp Westerbork het negentiende transport naar Sobibor. Het bleek achteraf het laatste transport vanuit Westerbork te zijn met deze (gruwelijke) eindbestemming. De deportatietrein telde vijftig veewagons met in totaal 2.209 gedeporteerden, onder wie Rachel, Esther, Jetty, Joop en Rosalie Heimans. Allen werden op vrijdag 23 juli 1943 kort na aankomst in het vernietigingskamp Sobibor vermoord. In 2018 is de werkgroep Gedenkstenen Joods Apeldoorn opgericht. Doel van deze werkgroep is om door middel van het leggen van gedenkstenen bij huizen van de Joodse Apeldoorners die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn weggevoerd en vermoord de herinnering aan hen levend te houden. Daarnaast heeft de werkgroep als doelstelling om scholen en scholieren bij het leggen van deze gedenkstenen te betrekken omdat educatie over de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust van groot belang is. Voorafgaande aan de steenlegging krijgen de leerlingen een gastles (zo mogelijk door een ooggetuige) op school. Aansluitend maken de scholieren het leggen van de stenen mee op de locatie.
Op donderdag 26 maart 2026 vond bij de voormalige woning van de familie Hes-Prins aan de Zutphensestraat 157 een plechtige ceremonie plaats. In het trottoir werden twee gedenkstenen gelegd voor Jozeph de Lange en Jetty de Lange-Hes, twee voormalige bewoners van Het Apeldoornsche Bosch. Bij deze steenlegging waren leerlingen aanwezig van de christelijke scholengemeenschap De Heemgaard (Atheneum, HAVO, MAVO en ISK) uit Apeldoorn. Historicus Willem van Norel (uit Elburg) mocht enkele herinneringen delen over Joop en Jetty. In 2026 zal het project van de steenleggingen worden voltooid. Er zullen dan in Apeldoorn 420 stenen zijn gelegd voor de Apeldoornse slachtoffers van de Joods psychiatrische inrichting Het Apeldoornsche Bosch.


Geraadpleegde bronnen:
archief.amsterdam.nl
Arolsen-archives.org
www.apeldoornschebosch.nl
www.elburginoorlogstijd.nl
www.gedenkstenen-apeldoorn.nl
www.joodsmonument.nl
W. van Norel. Joods leven in Elburg. Wezep, 2014.
Heel veel dank is verschuldigd aan Roeland Oudejans-Albers, voorzitter en initiatiefnemer van de werkgroep Gedenkstenen Joods Apeldoorn. Hij heeft voor dit artikel veel waardevolle informatie aangedragen over de familie Hes.