Rob Kahn (1922)

Op maandag 27 juli 2020 hebben Wim van Triest en Willem van Norel een bijzonder ontmoeting gehad met Robert Sylvain Kahn in zijn woning in Amsterdam. We werden op hartelijke wijze ontvangen. Onder het genot van koffie maakten we nader kennis met een bijzondere man die op de zeer hoge leeftijd van 98 jaar haarscherp over allerlei zaken kon vertellen en een weloverwogen visie met ons deelde. Robert Sylvain Kahn werd geboren op 10 maart 1922 te Amsterdam. Zijn ouders waren Henri René Kahn en Dora Weijl (1896-1981). Op 6 juli 1925 werd in het gezin nog een dochter geboren: Rose-Mary.

       
Robert heeft meegewerkt aan het herdenkingsboek Elburg en omstreken in oorlogstijd 1940-1945. Hij was de oudste informant van het onderzoek naar de oorlogsgeschiedenis. Tijdens de jaren 1942-1945 was Rob met zijn ouders en zijn zus Rose-Mary ondergedoken op de boerderij Soppenhof van de familie Van Zeeburg aan de Veldweg in Doornspijk. Naast de familie Kahn waren er nog twee Joodse onderduikers op deze boerderij ondergebracht: Sarah Kreisberg-Levie en haar zoon Isbert. Bijna drie jaar lang wist de familie Van Zeeburg zes Joodse onderduikers met succes een veilige plek te bieden.

Op 6 april 1981 kreeg de familie Van Zeeburg postuum de Yad Vashem-onderscheiding. Deze was aangevraagd door Rob Kahn. Dokter Bruins heeft bij de aanvraag ter ondersteuning nog een aanbevelingsbrief geschreven. Het duurde lang voordat er uitsluitsel kwam. Ten langen leste heeft Rob de druk verhoogd met zijn voornemen om de president van Israël een brief te sturen. Hij had immers als militair deel uitgemaakt van het Britse leger in 1945 bij de bevrijding van Zuid-Nederland. Binnen korte tijd werd de Yad Vashem-penning vervolgens toegewezen.

Met de buitenwereld heeft Rob nooit veel gesproken over zijn onderduiktijd. Met zijn medewerking aan het herdenkingsboek kwam Rob tot het besef dat ook zijn verhaal van belang is. Immers, de familie Van Zeeburg heeft het aangedurfd om drie jaar lang zes Joodse onderduikers op te nemen. Maar Rob relativeert die periode enigszins door aan te geven dat hij, zijn ouders en zijn zus het in de periode 1942-1945 het naar omstandigheden goed hebben gehad in Doornspijk. Er was voldoende te eten en op de afgelegen boerderij was het redelijk veilig. De tijd werd grotendeels doorgebracht met het lezen van boeken, die door Cor van Zeeburg uit de bibliotheek van Kampen werden gehaald. Met zoon Beert van Zeeburg had Rob met name een goede band.

   
Toen de bevrijding op 19 april 1945 kwam, was de opluchting bij de bewoners op de boerderij Soppenhof groot. Tot verbazing kwam onder het stro in de hooiberg de verstopte auto van dokter Bruins tevoorschijn. Rob maakte tijdens ons gesprek duidelijk dat de familie van zijn vrouw het veel zwaarder heeft gehad tijdens de oorlogsjaren. Na verraad werden zijn schoonouders Julius en Dina Gerzon in 1944 met hun twee dochters naar Kamp Westerbork gebracht en vervolgens gedeporteerd naar Bergen-Belsen. Julius Gerzon (1889-1950) was getrouwd met Dina Hurwits (1897-1970). Uit hun huwelijk werden drie kinderen geboren. Begin twintiger jaren emigreerde de familie Gerzon naar Spanje. In Barcelona werd op 9 november 1927 hun dochter Betty Sophie geboren. Het gezin bestond verder uit een oudere broer Jozef Juda (geboren op 7 april 1921 te Amsterdam) en Miriam Betty (1923-2000). Toen in Spanje de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) uitbrak, keerde de familie Gerzon terug naar Amsterdam. Vader en moeder Gerzon wisten met hun beide dochters de verschrikkingen van Bergen-Belsen te overleven. Tijdens de zogeheten dodenmarsen werden ze bevrijd door de geallieerden.

Zoon Jozef Juda studeerde vanaf 1938 in Delft. Na de bezetting van ons land sloot hij zich aan bij het studentenverzet. Vijf jaar lang lukte het hem om uit handen van de bezetters te blijven. Hoewel hij gevaarlijk en heldhaftig verzetswerk deed, wilde hij daarvoor na de oorlog niet worden onderscheiden. Hij had gedaan wat hij vond dat hij moest doen. De naam Kahn is onlosmakelijk verbonden met het modehuis Hirsch & Cie op het Leidseplein in Amsterdam. Vanuit Parijs stichtten de zwagers Sally Berg en Sylvain Kahn in 1910 het modehuis Hisch & Cie. Het vijf verdiepingen imposante gebouw was gespecialiseerd in dameskleding van het betere segment. Voor de oorlog werkten in dit modehuis ongeveer vierhonderd mensen aangestuurd door vier leidinggevenden.

In 1942 werd het modehuis geconfisqueerd door de Duitse bezetters. Er werd een zogenaamde Verwalter (bewindvoerder) aangesteld die de zaak aanstuurde. Opmerkelijk was dat de vier onderbazen op hun posten bleven. Onverschillig zetten ze hun werkzaamheden voort. Rob Kahn vindt dat nog steeds onbegrijpelijk. Het is bijna net zo erg als collaboreren. Die onverschilligheid doet nog steeds pijn. Na de oorlog bleek dat een van de vier echt fout was. Nog tijdens de oorlog werd het complete bedrijf leeggeroofd. In treinwagons is alles afgevoerd naar Duitsland. Na de oorlog moest alles weer opgebouwd worden. Er is niets gecompenseerd. Ook het huis aan de Laraissestraat was leeggehaald. Het heeft Robs vader ongeveer twee jaar geduurd om het huis weer in bezit te krijgen. Via rechtszaken en de notaris moest bewezen worden dat het pand eigendom was van de familie Kahn. Ook dat heeft heel veel pijn gedaan.

Robert Sylvain Kahn heeft twee studies gedaan. Na de oorlog studeerde hij economie in de Verenigde Staten. Op latere leeftijd volgde hij (in zijn vrije tijd) aan de Universiteit van Amsterdam de studie Internationale Betrekkingen. In het dagelijks leven was Rob Kahn als leidinggevende werkzaam in het modehuis Hirsch, het familiebedrijf. Op 15 oktober 1952 trouwde Rob in Amsterdam met Betty Sophie Gerzon. Uit hun huwelijk werden twee zoons geboren: René en Philip. In 2016 stierf Betty Sophie Kahn-Gerzon.