Aansterken in Elburg – Aart Berkhout

Aart Berkhout werd in 1931 geboren in een bakkersgezin in Delft. Aart was de middelste van het gezin van vijf kinderen. Boven hem zaten twee zussen: Dien (Ina) (1927) en Riet (1929). Zijn twee jongere broers waren Jan (1934) en Wouter (1944). Kort voor de oorlog woonde het gezin ongeveer twee jaar in Poortugaal, maar in december 1940 keerde de familie Berkhout terug naar Delft. Aart Berkhout was op 14 mei in Poortugaal getuige van het bombardement op Rotterdam. Er waren enorme zwarte rookwolken boven Rotterdam zichtbaar. Sommigen dachten in angst zelfs dat de wereld verging.

Vader Berkhout zat tijdens de oorlog in het verzet. In de schuur bij zijn woning was een illegale radio verstopt. Door zijn werk als bakker en omdat er enkele boeren in de familie zaten, was aan voedsel tijdens de oorlogsjaren niet meteen gebrek. Toch gingen in 1942 en 1943 de vier oudste kinderen tijdens de schoolvakanties naar gezinnen in het noorden en oosten van het land om aan te sterken. Maar eigenlijk was het voor de kinderen Berkhout niet meteen noodzakelijk. Er was echter plek voor hen doordat andere kinderen afvielen.

   
Organisatie
De diaconie van de Gereformeerde Kerk van Delft organiseerde de transporten van de kinderen. Het Centraal Diaconaal Comité regelde de contacten tussen de diverse kerkelijke gemeenten in het land. In de zomer van 1942 werden de kinderen van de familie Berkhout naar Ommen overgebracht. Het jaar daarop vertrokken zeker vijftig à zestig kinderen per trein van Delft richting Nijkerk. Daar was de eerste stop om kinderen af te zetten. Verder werden onder andere kinderen afgezet in Ermelo, Hierden en Nunspeet. De rest kwam terecht bij gastgezinnen in Doornspijk en Elburg. In Elburg ging het in de zomer van 1943 om elf kinderen, die bij gezinnen werden ondergebracht. Het uitstapje naar de Noordwest-Veluwe duurde van eind juli tot 25 augustus 1943.

Op reis
Voordat de kinderen op reis gingen werden ze eerst bij de Technische Universiteit gekeurd door een schoolarts. Wie wel de goede lengte en het goede gewicht had, kwam niet in aanmerking voor de uitwisseling. Er ging met de kinderen begeleiding mee. Naar Ommen was dat verzetsman Jan van der Sloot. Hij is later in de oorlog gefusilleerd. Tijdens het transport naar Doornspijk en Elburg waren onder andere Arie van de Eijk, meneer Booster en meneer Hanemaijer de begeleiders. Aad wist zich nog goed te herinneren dat tijdens de treinreis een kilometer of tien vóór Soesterberg de gordijnen van de coupé dicht moesten. Het vliegveld en de transporten van Kamp Amersfoort mochten niet worden gezien. De trein stond hier een hele tijd stil. Na vertrek uit Amersfoort werd uit volle borst het Wilhelmus in de trein gezongen. Dat maakte diepe indruk.

In Elburg
Aart kwam terecht in het gezin bij Jacob en Nenna Westerink aan de Smedestraat 16. Zijn broer Jan werd gastvrij ontvangen door Kornelis en Gerritje Fikse aan de Smedestraat 26. De broers Berkhout zaten dus dicht bij elkaar. Zus Riet (1929) zat op dat moment ook in Elburg bij een gezin. Aart wist waar Elburg lag omdat hij al van jong af belangstelling had voor topografie. Het verblijf in Elburg duurde ongeveer vier weken. Aart wist het zich nog allemaal goed te herinneren:

Ik kwam in een groot gezin terecht. Jacob Westerink zag ik niet veel omdat hij overdag vaak sliep en in de nachten op zee was. Ik vond het vreemd dat in plaats van groente gestoofde paling bij de aardappelen werd opgediend. Hij was er niet gek op. Maar in een vissersgezin werd veel vis gegeten. Zeker tijdens de oorlogsjaren toen het voedsel op de bon was vanwege schaarste. Met mijn ouders was in al die weken geen contact. De communicatie was tijdens de oorlog heel lastig. Ik wilde heel graag een keer met Westerink mee naar zee, maar dat durfde hij niet aan. Ik heb het hem meerdere malen gevraagd of ik een keer met de botter mee mocht. Het was echter te gevaarlijk op zee. Dat risico wilde Westerink niet nemen.

Aart raakte bevriend met zijn leeftijdgenoot Johan Westerink, de jongste zoon des huizes. Terugblikkend kan Aart vaststellen dat hij het prima naar zijn zin bij de familie Westerink aan de Smedestraat.

   
In Doornspijk
Cornelia (Corrie) Snel (1933) was in haar gezin het oudste kind. Ze moest thuis al vroeg allerlei klusjes doen en was daardoor al op jonge leeftijd volwassen. Na de oorlog trouwde Corrie met Aart Berkhout. Er werden vijf kinderen geboren. Aart werd boekhouder. Corrie Snel kwam in 1943 bij de familie L.W. Hooghordel aan de Zuiderzeestraatweg D 47 (later West 85) in Doornspijk. Eigenlijk zou Corrie niet gaan, maar omdat haar jongere zusje last van heimwee had, mocht Corrie in haar plaats vertrekken naar Doornspijk. Bart Hooghordel was postkantoorhouder en daarnaast organist in de Gereformeerde Kerk van Doornspijk. In Doornspijk waren zeker vijftien kinderen uit Delft ondergebracht onder andere bij de families Van de Pol, Bakker, Wessel en Vinke.

Het echtpaar Hooghordel was dol op Corrie omdat hun huwelijk tot op dat moment kinderloos was. Later zijn er overigens nog wel kinderen in het gezin Hooghordel geboren. Het verblijf van Corrie in Doornspijk moest door ziekte vroegtijdig worden afgebroken. Haar vader haalde haar op. Corrie mocht als compensatie in de kerstvakantie echter terugkeren naar Doornspijk. Corrie had het prima naar haar zin in Doornspijk. Ze mocht soms met Bart Hooghordel achter op de motor mee om telegrammen te bezorgen. Zodoende wist ze ook precies waar de anderen kinderen uit Delft in Doornspijk waren ondergebracht. De band met de familie Hooghordel is ook na de oorlog blijven bestaan. Tot op de huidige dag.

Impact
Het verblijf in Doornspijk en Elburg heeft op Aart Berkhout en Corrie Berkhout-Snel een grote impact gehad. Vaak denkt het echtpaar Berkhout nog terug aan de oorlogsdagen. Als kinderen hebben ze hun verblijf op de Veluwe als spannend ervaren. Een kleine foto herinnert nog aan het verblijf van Aart en Jan Berkhout in Elburg. De foto is op een zondagmiddag in de zomer van 1943 genomen in de achtertuin van Jan van Triest aan de Molenkampdwarsstraat. Naast de gebroeders Berkhout staan ook de kleine Herman van Triest (1942-2013) en Johan Westerink (1931-2002) op deze foto. Vele jaren kwamen Aart en Corrie Berkhout in de zomermaanden een dagje naar Elburg. En altijd liepen ze dan even door de Smedestraat om herinneringen op te halen…