Jan ten Napel

Ik ben geboren op 2 januari 1940 op Urk, Wijk 6 nummer 23. Mijn vader was Jan ten Napel, zoon van Jan Marten ten Napel (Jan van Flip) en Jacobje Kramer. Mijn moeder was Hendrika Geertruida Elisabeth de Vries, dochter van Koert (Koen) de Vries en Aaltje Visscher. Mijn grootvader van vaderskant was vóór de afsluiting van de Zuiderzee visserman. Hij viste met de UK 133 op onder andere haring en ansjovis. Ook viste hij met een zegen op haring als deze voor de kust van Urk verscheen. Toen dit alles niet meer mogelijk was, werd hij scheepstimmerman bij de werf van Metz op Urk. Mijn grootvader van moederskant was eigenaar van het café Tivoli aan de haven van Elburg.

Ons gezin
Mijn ouders zijn op 6 september 1939 getrouwd in Elburg. Mijn opa runde voor de oorlog het buffet van de passagiersboot van Elburg naar Urk (en vice versa). Mijn moeder bediende dat buffet. Als de boot stillag, voordat de terugreis werd aanvaard, ging mijn moeder vaak met kapitein Hakvoort mee de wal op. Zodoende hebben mijn ouders elkaar leren kennen. Na hun huwelijk gingen mijn ouders op Urk wonen, waar ik ben geboren. Later werden er nog twee zusjes geboren: Alie (1941) en Cobie (1943). Zij zijn beiden in Elburg geboren. Aan het begin van de oorlog zijn mijn ouders naar Elburg verhuisd. Wij betrokken eerst een huis aan de Bloemstraat en daarna een huis op de hoek van de Noorderkerkstraat (nummer 18) en de Rozemarijnsteeg.

         
Kleuterschool
Mijn herinneringen gaan als eerste terug naar de kleuterschool. Deze bracht ik door in de kleuterklas van het Instituut in de Van Kinsbergenstraat, toentertijd bij de kleuterjuffen Jus van Zoeren en Geertje van der Heide. Dit was grotendeels in de laatste jaren van de oorlog, voor zover het mogelijk was, want volgens mij waren er ook nog een tijdje Duitsers gelegerd in het schoolgebouw. Het was een fijne school met lieve juffen. Spelen met pijpaarde (kleisoort), tekenen, spelen in de zandbak en af en toe, als het kon, wandelen naar de Zomerdijk en spelen in het gras.

Oorlogstijd
Vooral van de laatste jaren van de oorlog, 1944 en 1945, komen nog veel herinneringen bij me boven. ’s Nachts het monotone gebrom en lawaai van de overkomende bommenwerpers richting Duitsland. Overdag de luchtgevechten tussen de Engelse en Duitse jagers in de omgeving van Elburg. Als dit dan ook gebeurde, werden we direct naar binnen geroepen. In de oorlogstijd zat ik op de kleuterschool van het Instituut Van Kinsbergen. Als er vliegtuigen in de lucht waren, moesten we onder de tafeltjes schuilen.

Luchtwachtpost Zonnebad
Bij mijn opa (Koen de Vries) aan de haven waren Duitsers ingekwartierd. Zij bemanden de luchtwachtpost op ’t Zonnebad aan het IJsselmeer. Voor zover ik begrepen heb, hebben deze mensen geen problemen veroorzaakt. Mijn opa kon zelfs een varken vetmesten; ze aten er zelf ook van mee.

   
Een tragische gebeurtenis
Een gebeurtenis die veel indruk op me gemaakt heeft, was de dood van buurman Gart Engeltjes uit de Rozemarijnsteeg. Hij was in Nunspeet op het station. Vanwege overkomende vliegtuigen verschool hij zich onder een wagon. Daar is hij door een Engelse jager dodelijk getroffen. Ik zie als jochie van vijf nog de kinderen, waaronder Dick en Grietje, huilend en wanhopig door de steeg lopen. Een tragisch voorval!

De ondergrondse
Tijdens de laatste jaren van de oorlog ging ’s avonds om acht uur de zogenaamde ‘Sperrzeit’ in. Dit hield in dat niemand zich na die tijd nog buiten mocht begeven, ook als het zomers nog volop licht was. Regelmatig kwamen er heren bij ons over de vloer, waaronder iemand die ik wel kende, namelijk Jan Schreurs. Pas veel later begreep ik dat hij van de ondergrondse was. Wat was namelijk het geval? Mijn vader was gevorderd door de Wehrmacht en werkte noodgedwongen als timmerman op De Knobbel, waar Duitse troepen gelegerd waren. Hij kon dus troepenbewegingen en verplaatsingen waarnemen, en dat vervolgens doorspelen aan de ondergrondse.

De boer op
Als er schaarste was, ging mijn moeder de boer op. Ze ging dan de Mheen in over de Zeuven Vondertjes naar onder anderen Jan Vos, Busweiler, Van de Put en anderen om melk, boter of andere etenswaren te vragen. Ik mocht dan mee, want als er een kind bij was die wat zielig keek, werd er meestal wel wat gegeven. Ook op Schouwenburg bij de freule Van Sytzama zijn we weleens geweest. Een en ander was niet zonder gevaar, want je moest altijd de vliegtuigen in de gaten houden En als het nodig was, moest je schuilen.

Onderduiker
Eind 1944 hebben we een tijdje een onderduiker uit Urk bij ons in huis gehad. Bij ons kinderen stond hij bekend als ‘ome Bakker’. In werkelijkheid was het de schoonvader van een broer van m’n vader, die van origine een Brabander was. Hij heette in wekelijkheid Chris van Beckhoven. Toen het te gevaarlijk werd, is hij door de ondergrondse verplaatst naar Hoorn.

Canadese soldaat en Arnhemse evacués
Op ’t eind van de oorlog kwam er regelmatig een Canadese soldaat, genaamd Charley, bij ons over de vloer. Verder hebben we nog evacués gehad uit Arnhem: de familie Ten Hoedt met hun zoon Theo. Na de oorlog zijn we nog enige keren op bezoek geweest bij deze mensen. Ik heb daar nog met eigen ogen de ravage van de bombardementen en beschietingen kunnen zien.

De Bevrijding
Mijn eerste herinnering aan de Bevrijding was de dag, dat men dacht dat de Duitsers verdwenen waren. Velen gingen naar de Vischmarkt om feestartikelen te halen bij ’t Olde Huus met het oog op de aanstaande Bevrijding. Plotseling ging het gerucht, dat er Duitsers op weg waren naar Elburg. De Vischmarkt was in korte tijd leeg. De binnenkomst van de Canadezen in Elburg kan ik me nog goed herinneren. Vooral al die tanks met uitgelaten mensen erop in de Jufferenstraat en Vischpoortstraat hebben een grote indruk op me gemaakt.

   
Pannenkoekmes
Aan de haven, vlakbij de plaats waar vroeger de oude visafslag was, tegen de dijk naast de stadsgracht, hadden de Canadezen een veldkeuken. Pannenkoekmes Aan de haven, vlakbij de plaats waar vroeger de oude visafslag was, tegen de dijk naast de stadsgracht, hadden de Canadezen een veldkeuken ingericht. Ik vond daar een pannenkoekmes en wilde dit teruggeven, maar ik mocht het mes houden. Ik heb dat mes na 71 jaar nog steeds in mijn bezit! We kregen zelfs sigaretten, kauwgom en snoep. Zelf waren de Canadezen gek op eieren. Een bekende kreet was ‘Money and smoke for eggs’.

Bevrijdingsfeesten
Het bijwonen van het kaalscheren en het vernederen van meisjes bij de muziektent op de Vischmarkt heb ik als kind als niet prettig ervaren. Ik ben daar dan ook voortijdig weggehaald door mijn moeder. Later waren er na de Bevrijding overal bevrijdingsfeesten. In alle straten en buurten was er feest. Zo ook bij ons voor de deur in de Noorderkerkstraat. Er was een grote poort gebouwd van dennentakken en de straten waren versierd met dennenbomen, slingers en vlaggen. Iedereen deed mee: zaklopen, stoelendans, ringsteken en (uiteraard bij ons in de straat) gebak van Jan Kramer.